Na afloop van de jaarlijkse 4 mei-herdenking
van 1984 in Roermond, merkte Roermondenaar de heer Hans Cremers op, dat
hij het vreemd vond dat er niet op een centrale plaats
aandacht was voor de slachtoffers van het naoorlogse
conflict in het voormalige Nederlands-Indië.
De Stichting Overkwartier, een groep inwoners van Roermond,
die zich bezighield met het organiseren van culturele
activiteiten, besloot een commissie onder leiding van
Hans Cremers in het leven te roepen om te onderzoeken of er
in Roermond een blijvende herinnering voor deze groep
oorlogsgetroffenen kon worden opgericht.
Het oorspronkelijke monument is op 7 september
1988 onthuld door Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard.
Twee jaar later, op 7 september 1990, is de zuilengalerij onthuld door de
de heer Relus ter Beek, minister van Defensie.
Tijdens de onthulling sprak
minister ter Beek een mea culpa uit, in verband
met de houding van de Nederlandse regering tegenover de Indië-veteranen:
"Hiermee is een nieuwe stap gezet op de
weg naar erkenning waarop deze overledenen en hun
nabestaanden en ook zij die toentertijd wel uit de
strijd zijn teruggekeerd recht kunnen en mogen doen
gelden. In ronde bewoordingen kan worden gesteld dat
Nederland bij de opvang van de veteranen in gebreke is
gebleven. De overheid is mede door het initiatief in
Roermond wakker geschud. Gelet op het nationale karakter
van het monument, stellen wij er bij Defensie een eer in
het monument en de zuilengalerij te onderhouden."
7 september 1988: Zijne Koninklijke Hoogheid
Prins Bernhard en de
voorzitter van de stichting
Nationaal Indië-monument 1945-1962, de heer Hans Cremers
Registratie van de
opening van het Nationaal Indië-monument
1945-1962 op
7 september 1988 door
Zijne Koninklijke Hoogheid
Prins Bernhard