CARILLON
Soms hebben we een duiding nodig om dingen in een breder
perspectief te kunnen zien. En het leven, genereus als
het is, geeft ons die vingerwijzingen vaak op
onverwachte manieren. Ik kreeg zo'n duiding onlangs
tijdens een vroege ochtendwandeling door Park Hattem. De
lege klokkentoren van het carillon bij het Indiëmonument
had net weer mijn verontwaardiging opgeroepen, zoals
elke ochtend als ik erlangs loop. Leeggeroofd door
mensen die een handvol rotcenten aan bronsprijs
belangrijker vinden dan piëteit met de nabestaanden van
zoveel doden, teveel doden, uit oude en recente
oorlogen. Ik probeerde mijn verontwaardiging van me af
te zetten toen mijn aandacht werd getrokken door een
donkere hoop tussen de plaquettes met namen bij het
Nationaal Monument voor vredesoperaties. Ik liep er
naartoe. Op de koude grond lag een jongeman, door niets
meer bedekt dan zijn jas en de bronzen flakkering van de
eeuwige vlam die brandt bij het monument.
Hij had geen hulp nodig, zei hij vriendelijk. Hij was
avond tevoren naar het monument gekomen met een
persoonlijke missie. Om iets af te sluiten. Om in het
reine te komen: met zichzelf en zijn aandeel in een
recente vredesoperatie, had hij één nacht door willen
brengen tussen de namen van hen die in tegenstelling tot
hem nooit terugwaren gekeerd. Ik weet niet met welke
demonen hij die nacht heeft moeten vechten of welke
verschrikkelijke beelden uit zijn jonge leven hij die
nacht opnieuw het hoofd heeft moeten bieden, maar het
had hem geholpen zei hij. En de zachte blik in zijn ogen
maakte dat ik hem geloofde.
Verder lopend dacht ik weer aan het carillon. In mijn
kwaadheid had ik mezelf steeds het beeld voorgehouden
van de geroofde klokken die met hun bronzen stemmen
zoveel mensen naar deze twee monumenten hadden geroepen,
stemmen die nu gesmoord zijn in een smeltkroes. De
ontmoeting met de jonge veteraan liet me echter beseffen
dat we geen andere stemmen nodig hebben die ons oproepen
om te herdenken. We herdenken onze doden allemaal op
onze eigen manier en het is alleen de stem van ons eigen
innerlijk die ons daartoe roept. Misschien is het een
optie om de lege plekken van de geroofde klokken leeg te
laten. Want een meerzeggender symbool dan het halve lied
van een onvolkomen carillon voor de gewelddadig
doorbroken symfonie van gezinnen en vriendschappen is er
niet.
© Hans
van Bergen, Roermond 2007
Stadsdichter Roermond