|
Mark Lieshout:
Hartelijk welkom hier in de kapel van ’t Zand, waar
jaarlijks velen op pelgrimstocht komen. Mensen op zoek
naar steun en bemoediging. De kleine tegeltjes in de
processiegang hiernaast zijn er de stille getuigen van.
Goed dat u allen gekomen bent om dadelijk met elkaar een
weg te gaan, geplaveid met allerlei emotie; een weg
waarop we elkaar verlichten, wegwijzen, maar ook elkaars
lasten verlichten. We verstaan elkaars taal, zelfs
zonder woorden. We spreken met halve woorden en
begrijpen elkaar meer dan goed.
We steken de kaars aan, waarop vermeld: 'GEROEPEN TOT
VREDE'. Dat bindt hen die wij gedenken vandaag aan
elkaar. Het verbindt ons met elkaar in het verlies dat
we samen moeten dragen. Voor hen die gelovig zijn onder
ons herinnert deze kaars aan de opstanding, waarbij God
garant staat voor het leven, dat sterker is dan de dood.
Dit licht nemen we straks mee onderweg en verbindt ons
aan onze geliefden.
Erik:
Kort voor de Dag van de Verenigde Naties, 24 oktober,
zijn wij hier bij elkaar gekomen. Straks gaan we
gezamenlijk in fakkeloptocht naar het Monument voor
Vredesoperaties. Zes wachters staan daar voor Vrede en
Veiligheid. De wachters lijken haast anoniem, maar staan
er ferm voor een leefbare wereld. Zij staan geposteerd
rondom Irene, de godin van de vrede. Wachters voor Vrede
en Veiligheid, ze krijgen klappen, maar kennen ze
eigenlijk wel de klappen van de zweep? Ooit was ik zelf
zo’n wachter. In een conflict waar ik toen te weinig van
begreep, maar misschien wel iedereen, in een conflict
van haat en zelfverdediging. Van aanslagen op bussen en
luchtaanvallen. Van eer- en bloedwraak, van
martelaarschap. Wachters staan er in een wereld waar dat
noodzakelijk is, wakend over vrede, veiligheid. Wakend
over dat kinderen, jongens en meisjes weer naar school
kunnen gaan. Wakend over dat boeren zonder gevaar voor
mijnen ongestoord hun werk kunnen doen. Waken betekent
ook wakker zijn, letten op jezelf, op je makkers, op de
wereld om je heen.
Mark:
Ik loop langs het monument.
Ik zie de wachters;
Ze bewaken Irene,
Ze bewaken de vrede waar zij voor staat.
Vrede als hoogste goed.
Wachters staan vaak bij dichte deuren;
Ze houden binnen en buiten gescheiden;
De vijand mag niet binnen;
Achter onze deuren is het goed
En dat moet zo blijven.
Ze staan er strijdlustig bij
Met hun schild
Ze schermen hun eigen gezicht af
Anoniem blijven ze
Onherkenbaar voor vriend en vijand
Ze hebben geen naam, die zes wachters.
Onaanraakbaar
Onoverwinnelijk zien ze er uit,
Berekend op hun taak
In de houding, verschillende houdingen,
Vrede in hun mars.
Die zes wachters:
Ze kunnen iedereen zijn.
Ze hebben geen gezicht namelijk.
Of niemand.
Het is maar hoe je er naar kijkt.
Jij kunt het zijn
Of je buurman,
Je naaste of je vriend.
Of een grote onbekende.
Buiten die zes
Ken ik er velen,
Zeer velen, wel bij name
Wachters voor het vredeshuis
Ze hebben wel een gezicht
En een naam.
Erik:
Laat vandaag het licht der fakkels een bemoediging zijn
op deze avond.
Een teken ook van verbondenheid in een tijd van
sluimerende haat tegen de of het onbekende.
Verbondenheid in een tijd waarin helaas ook waanzin
voorkomt. De sentimenten voor deze waanzin zijn vaak
gebouwd op drijfzand en blijken maar al te vaak niet
waar. Het recente conflict in Bosnië is daar een
voorbeeld van. Deze sentimenten lijden wel tot dood en
verderf, tot verdriet, tot onvoorstelbaar leed.
Het is daarom dat we waakzaam moeten zijn, waakzaam in
ons eigen land maar ook daarbuiten. Zie het almaar
voortslepende conflict in het Midden Oosten. Waakzaam,
al meer dan 30 jaar aan een grens ergens tussen landen
staan daar wachters, iedere dag weer, dag in dag uit,
van vele nationaliteiten, meer nog dan ooit.
Vanuit je stoel regeren of wegkijken is kennelijk niet
de oplossing Eenieder kan zijn of haar bijdrage leveren
aan een betere, verdraagzame, veilige wereld. Een
uitzending als wachter naar een ver vreemd land vol
gevaren en dreiging, voortdurende waakzaamheid, is wel
een grote opgave. We vragen nogal wat van elkaar!
Mark:
Weest waakzaam!
Koester het goede,
Voordat je het weet ben je het kwijt,
Ontglipt het je handen,
Weg vrede.
Weg vrede in de wereld.
Een heilige plicht,
Een heilzame plicht
Een helende taak hebben wij
Met z’n allen
Om te bouwen aan een betere wereld.
We moeten niet toekijken
Hoe de vrede met voeten wordt getreden
Hoe de vrede aan laarzen wordt gelapt.
We moeten juist waakzaam zijn,
Met open ogen gericht naar de wereld
En durven zien
Wat misgaat.
We moeten ingrijpen
Daar waar anderen lijden
Aan onrecht
Aan machtsmisbruik.
Waken moeten de wachters,
Niet in slaap sukkelen.
Niet denken dat anderen dat maar moeten doen
Aan mijn lijf geen polonaise;
Niet denken dat het een ver van mijn bed probleem is
En ikzelf onder de warme dekens mag blijven
Niet denken dat mijn bijdrage niets bijdraagt
Er niet toe doet.
We moeten ons realiseren
Dat geluk soms een kwestie is van waar je wieg stond
Ik daarom jood of katholiek ben
of protestant of moslim of niks of van alles denk
of arm ben of rijk
of mag studeren of mag creperen.
Verenig de naties
En weest waakzaam.
Kijk niet toe met de armen over elkaar,
Maar zie toe dat we de handen uit de mouwen steken
En vrede brengen
En respect voor leven
En recht trekken wat krom is.
Dit jaar bestaan de Verenigde Naties 65 jaar. Normaal
een leeftijd waaraan men hier denkt aan pensioen en wat
daarna. Dat kan de VN zich helaas niet veroorloven.
Al in 1948 werd de eerste wachter uitgezonden op
vredesoperatie. Sinds die tijd zijn er iedere dag over
de hele wereld militairen in touw. De wereld erkent
inmiddels haar responsability to protect,
vastgelegd in een resolutie. Toch gaat het gevecht
iedere dag door, in de waan van alle dag. Een strijd
tegen donkere regimes, tegen onderdrukking om afkomst,
geloof of sekse, tegen moord of tegen
massaverkrachtingen zoals afgelopen weken in Kongo.
In de waan van alle dag gaat ook het gevecht hier door,
maar dan tegen het verlies, het gemis van een dierbare,
de dagelijkse worsteling met zingeving. Wat is de
ultieme prijs waard tegen over het welslagen van de
missie? Ik herken de worsteling met deze vraag toen
iemand tijdens mijn missie, van dichtbij omkwam!
Maar wat als we samen, verenigd, niet zouden ingrijpen?
Wat als we het niet zouden doen, zouden wegkijken? Wat
als we duistere krachten de overhand zouden laten
krijgen? Alle druppels op de gloeiende plaat bij elkaar
zijn de moeite waard om ons voor in te blijven zetten.
In verbondenheid kunnen wij een gebaar maken, in
verbondenheid ook delen we het gemis. Bij het monument
staan vijf wachters, de zesde valt, ik zie zijn gezicht.
De prijs van vrede, van menswaardig bestaan is hoog.
Ultieme offers, hun namen staan in brons gegoten op het
monument.
Deze offers kunnen, mogen en zullen we nooit vergeten.
Die zesde wachter,
Gevallen, ook zonder gezicht;
Maar wij weten beter
188 gezichten heeft deze wachter,
In brons gegoten.
Daar heb je toch geen vrede mee?
Vrede in jezelf;
Is die er nog wel?
Heb ik er vrede mee
Kan ik leven zonder mijn geliefde
Moest de inzet zoveel kosten?
Korea, Irak, voormalig Joegoslavië, Djibouti
Eritrea, Libanon, Italië, Congo, Rusland, Angola, Sinaï,
Afghanistan
Cambodja;
Zo ver weg van mijn bed;
Toch is er bij mij in huis een leeg bed gekomen;
De waan-zin van de strijd om een betere wereld.
Wie is er beter van geworden?
Ik heb verlies geleden,
Waanzinnig verlies lijkt het.
Maak je geen zorgen, mam,
Ze schieten voorlopig allemaal mis..
En toch was het ineens raak.
Het is zo ondankbaar
Zo oneerlijk.
Hoezo voor het goede doel?
Dat is mijn worsteling
Dat scheurt mij inwendig uit elkaar.
Het goede doel dienend
Werd mijn geliefde doelwit.
Per ongeluk, domme pech, hoort bij oorlog;
Het blijft mensenwerk.
Ik hoor het de mensen zeggen op afstand.
Maar diep in mij ben ik verscheurd.
Soms heb ik houvast aan dat mooie hoge doel;
Soms is het doel mij te hoog gegrepen
Ik struikel over mijn gedachten
Ik val naast de wachter
En zie zijn of haar gezicht.
Het gezicht dat op avontuur stond
Op kameraadschap,
Blij om te gaan en een traan vlak voor het vertrek.
Een gezicht met gezonde spanning
Over wat komen ging.
En het kwam
Overkwam mij
Als een onheilstijding.
Heil brengen
En onheil terugkrijgen
Zo onzinnig zinnig.
|