Eretafels  
     
  menu  
 

 

 
 

Roermond, 28 december 2021

Reactie van het bestuur van de Stichting Nationaal Indië-monument 1945 – 1962 (NIM) op de aankondiging door de Amsterdam University Press (AUP) voor de officiële presentatie van het meerjarig Indië-onderzoek op 17 februari 2022 door het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidesstudies (NIOD).

Sinds 2017 onderzoeken het KITLV, het NIMH en het NIOD de gebeurtenissen in het voormalig Nederlands-Indië gedurende de periode 1945 – 1949. Dit onderzoek is tot stand gekomen, nadat het Kabinet financiële middelen hiervoor beschikbaar heeft gesteld. In de rapportage van het Kabinet aan de Tweede Kamer stelt het Kabinet in haar brief (1) van 2 december 2016 dat het breed op te zetten onderzoek zich niet dient te beperken tot de geweldpleging door alle partijen, doch nadrukkelijk in moet gaan op de brede context van de naoorlogse dekolonisatie en het politiek, bestuurlijk, justitieel en militair optreden in 1945 – 1949, waarbij ook de “bersiap” periode betrokken zal worden.

De Stichting Nationaal Indië-monument 1945 – 1962 (NIM), opgericht om eer te betonen aan de ruim 6.200 omgekomen militairen in het voormalig Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea, zowel aan alle andere omgekomen Nederlandse militairen, welke hebben deelgenomen aan de meer recentere Internationale Vredesmissies, volgt het onderzoek nauwlettend samen met andere betrokkenen en geïnteresseerde partijen.

Onlangs verscheen op de website van de Amsterdam University Press (2) de vooraankondiging voor de bovengenoemde officiële presentatie.

Het NIM is onaangenaam verrast over de wijze waarop de Amsterdam University Press e.e.a. presenteert. Niet alleen storen wij ons aan de suggestieve c.q. tendentieuze titels en de foto’s, ook schijnt het dat de focus van het onderzoek eenzijdig gericht is op excessief geweld, dat is gepleegd door Nederlandse militairen. Als dít representatief is voor de resultaten en conclusies van het onderzoek, dan baart dit ons grote zorgen omdat dit slechts één deelaspect uit het geheel weergeeft en dan ook nog wel in negatieve zin, waarbij hoofdzakelijk alleen maar het geweld van Nederlandse zijde wordt belicht.

Het NIM ondersteunt en onderschrijft dan ook geheel de ingenomen standpunten, inclusief de toelichtingen van het Veteranen Platform in hun communiqué (3), gepubliceerd op 12 december 2021 de resultaten van het onderzoek.

Het NIM staat vóór onze veteranen, hun nabestaanden en de 2de en 3de generatie. Zij zullen het extra zwaar hebben o.a. ten gevolge van een eenzijdige en gekleurde initiële berichtgeving en wij zullen hen bijstaan, zo goed als mogelijk en binnen onze mogelijkheden.

Het NIM is voor waarheidsvinding, echter dan dient wel naar onze mening het onderzoek uitgevoerd te worden volgens de oorspronkelijke richtlijnen, zoals weergegeven in de regeringsbrief van 2 december 2016. Het gehele verhaal dient in de juiste context en tijd verteld en geplaatst te worden. Na beoordeling van de initiële aankondiging door de Amsterdam University Press zijn wij hier niet van overtuigd en maken wij ons grote zorgen of dat de genoemde oorspronkelijke brede opdracht wel naar behoren is uitgevoerd.

Het NIM kijkt uit naar 17 februari 2022 om daarna een eindoordeel te kunnen vormen en geven.


1. Brief nr. 82, dossier 26 049, datum 2 december 2016 – dossier Tweede Kamer der Staten Generaal, website: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26049-82.html, kamerstuk 26 049, nr 82.
2. Amsterdam University Press (AUP) website: aup.nl – link view.publitas.com
3. Veteranen Platform, standpunt inzake het meerjarig Indië-onderzoek, website: veteranenplatform.nl

 
  menubalk