Den Helder

Den Helder

Locatie:
DEN HELDER (gemeente Den Helder) bij de rotonde de Vijfsprong, aan de Middenweg.
Het 'Marinemonument' is een obelisk, uitgevoerd in natuursteen. Aan de voorkant bevindt zich een reliëf van Maria met kind. Haar linkerhand steunt op een getroffen anker. Aan haar voeten ligt een gesneuvelde mannenfiguur, bedekt door de Nederlandse vlag. Het kind tilt deze vlag een klein stukje op. Op de linker- en rechterzijde van de obelisk zijn plaquettes aangebracht met 58 namen van slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog. Op de achterzijde van de pilaar zijn de namen van de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog en de wapens van Nederland en het voormalig Nederlands-Indie aangebracht. Het monument wordt omgeven door vier stenen paaltjes, met elkaar verbonden door een ketting. Deze is afkomstig van de torpedoboot G11, die tijdens de Eerste Wereldoorlog op Terschelling op een mijn is gelopen. In de bestrating voor het monument is de wereldbol verbeeld. Het monument is acht meter hoog.

GPS:
52.957145, 4.758130

Onthulling:
1 oktober 1922 door Hare Majesteit Koningin Wilhelmina. De eerste na-oorlogse herdenking was 27 februari 1946, met speciale aandacht voor de slachtoffers van de Slag in de Javazee, die vier jaar daarvoor had plaatsgevonden.

Oorspronkelijk bevond het monument zich aan het Havenplein in Den Helder. Op vrijdag 13 april 1945 werd het beschadigd door een geallieerde luchtaanval. In 1993 is het voor het gebouw ‘De Boeg’ geplaatst. Het is in 2001 verplaatst naar de huidige locatie.
Het monument is opgericht ter nagedachtenis aan 58 marinemensen die tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog om het leven zijn gekomen. Tevens herinnert het monument aan de capitulatie van Japan in 1945 en aan de Nederlandse mariniers die in voormalig Nederlands-Indië door oorlogshandelingen om het leven zijn gekomen. Circa 850 van hen kwamen om bij de slag in de Javazee, op 27 januari 1942. Anderen werden krijgsgevangen gemaakt en moesten als dwangarbeiders werken aan onder meer de Birma-spoorweg en de Pakan-Baroespoorweg op Sumatra. Tevens bevonden zich onder de Nederlanders in de Jappenkampen in voormalig Nederlands-Indië veel marinegezinnen, omdat de Koninklijke Marine in Surabaya een belangrijke basis had. Velen van hen moesten na de Japanse capitulatie nog tot oktober '45 in de kampen verblijven.